2 februari 2012, NBC Nieuwegein
Hieronder vindt u een overzicht van alle parallelsessies. Door op de titel te klikken komt u meer te weten over de sessie.
De verdeling van de parallelsessie over de de verschillende blokken ziet er alsvolgt uit:
Blok 1 (11.00 uur): Sessies 4, 5, 6, 7, 10.
Blok 2 (12.15 uur): Sessies 3, 4, 6, 8, 9.
Blok 3 (13.15 uur): Sessies 11, 12, 14, 15, 16.
Blok 4 (14.30 uur): Sessie 11, 14, 15, 16, 20.
Alle parallelsessies duren een uur. De lunch valt in blok 2 of 3, dit hangt af van de parallelsessie die u kiest. U kunt namelijk maar 1 workshop kiezen in blok 2-3. Kiest u bijvoorbeeld om parallelsessie 3 te volgen in blok 2, dan is uw lunch in blok 3 (vanaf 13.15 uur).
Heeft u uw keuze gemaakt, dan kunt u zich hier aanmelden.
Uitleg niveaus
De parallelsessie zijn ingedeeld in verschillende niveaus, Basis, Basis+ en Gevorderde.
Een korte uitleg over de verschillende niveaus:
Basis: Parallelsessies bedoeld voor bedoeld voor alle zorgverleners die in hun opleiding relatief weinig scholing hebben gehad op het gebied van het genoemde onderwerp en bovendien nog weinig praktijkervaring hebben opgebouwd.
Basis+: Bedoeld voor zorgverleners die hetzij in hun opleiding, hetzij in hun dagelijkse werk of middels nascholing al de nodige ervaring en kennis hebben op het gebied van het genoemde onderwerp.
Gevorderde: Is bedoeld voor zorgverleners die in hun dagelijkse werk zeer veel met het specifieke onderwerp te maken hebben en bovendien zowel in hun opleiding als middels nascholing al een behoorlijke basis hebben.
03. Diabetes en het oog: wat zien we en wat doen we eraan?
Spreker: Drs. N.M.M. Asselbergs-Brull, oogarts, OMC Amsterdam/VUmc
Niveau: Basis
Omschrijving:
Tijdens de workshop wordt ingegaan op de pathofysiologie van oogheelkundige afwijkingen bij de patiënt met diabetes mellitus. Tevens wordt het hoe en waarom van behandeling en controles uitgelegd.
Tot slot wordt gekeken naar de huidige praktijkvoering rond de (oogheelkundige) controles van een diabetes patiënt.
Denk hierbij aan vragen als: hoe wordt de diabetes controle in de eigen praktijk van de deelnemers vormgegeven? Is er digitale fundusfotografie? Verwijd of onverwijd? Met of zonder visusbepaling? Wie bekijken de foto’s: de huisarts, de optometrist, de toa, de oogarts of een geautomatiseerd programma?
04. Verfijning diagnostiek middels anamnese en spirometrie
Spreker: Dr. I. Smeele, kaderhuisarts astma/COPD Eindhoven
Niveau: (Licht) Gevorderde
Omschrijving:
Uitgangsniveau:
De praktijkondersteuner heeft al een basiscursus spirometrie gevolgd, heeft kennis van de NHG-standaarden astma en COPD en geeft regelmatig uitvoering aan inkaarting astma en/of COPD middels anamnese en spirometrie.
Doelen workshop:
Na het volgen van deze workshop kan de cursist:
- het interpretatieschema van de spirometrie toelichten.
- uitleggen waarom anamnestische gegevens centraal staan en wat de aanvullende waarde van spirometrie is.
- veel voorkomende curves en uitslagen herkennen.
Methode:
1. Korte inleiding + inventarisatie vragen.
2. Korte presentatie over belang van de anamnese, spirometrie, de parameters, de algemene interpretatie en recente ontwikkelingen bij diagnostiek (o.a. afkappunt, reversibiliteit, etc.)
3. Casusbespreking. Aan de hand van casussen zullen eventuele vragen worden beantwoord. Ook eigen meegebrachte casuistiek uit de dagelijkse kan besproken worden.
4. Vragen en evaluatie.
Voorbereiding:
Meenemen eigen casuistiek. De longfunctie is opgeslagen op een USB-stick (eenvoudige te doen bij Spida en Wellch Allyn software; in Word of als pdf).
05. Long auscultatie
Spreker: Dr. R. Hage, longarts, Gelre Ziekenhuis Apeldoorn
Niveau: Gevorderde
Omschrijving:
Deze parallelsessie in 2011 gemist? In 2012 wordt deze herhaald!
Deze parallelsessie is in het bijzonder voor praktijkverpleegkundigen die tijdens het astma- en COPD spreekuur ausculteren of dit willen leren.
Een korte introductie van anatomie en fysiologie wordt gevolgd door luisteren naar en bespreken van de diverse longgeluiden.
Daarna wordt dit geoefend aan de hand van praktijkvoorbeelden.
Wat zijn normale en afwijkende longgeluiden? Hoe kan ik mijn beleid hierop afstemmen?
Kortom, interactief kijken en luisteren.
De leerdoelen van deze parallelsessie:
- Het (verder) verbeteren van auscultatie vaardigheden;
- Het onderscheiden van normale en afwijkende longgeluiden, en het herkennen van de bijgeluiden;
- Het kunnen interpreteren van longgeluiden en deze betrekken bij het beleid voor de patiënt.
06. Oude en nieuwe orale bloedglucoseverlagende medicatie; hoe te handelen in de dagelijkse praktijk.
Spreker: Dr. S.T. Houweling, huisarts, Langerhans en Huisartenpraktijk Hoogstraten & Houweling
Niveau: Basis+
Omschrijving:
In een tijd waarin nieuwe therapievormen voor type 2 diabetes ter beschikking zijn, c.q. komen, wordt u tijdens deze workshop hierover grondig geïnformeerd. Deze workshop is een uitvloeisel van een groot overzichtsartikel voor het onderdeel Clinical Evidence van de British Medical Journal, waarvan de spreker een van de auteurs is. Dit overzichtsartikel wordt begin 2012 gepubliceerd en hiervoor is alle literatuur rondom de diabetesbehandeling doorgespit.
Natuurlijk wordt in deze workshop ook aandacht besteed aan de evidence en de toepassing van bestaande middelen. Het gaat immers om een totaaloverzicht. Zo komt in de casuïstiek bijv. aan de orde: blijven de SU-derivaten middelen die gebruikt worden, is metformine echt voor ieder bewezen effectief op harde eindpunten en hebben TZD´s nog een plaats in het behandelarsenaal. Daarnaast komen de DPP4-remmers aan bod en wordt er stilgestaan bij nieuwe orale middelen die binnen 1 jaar te verwachten zijn: wat is bekend over het werkingsprincipe, effectiviteit en potentiële bijwerkingen?
Hebben de DPP4-remmers een plaats in de praktische behandeling, en zo ja waar en wanneer?
Tijdens deze workshop heeft u mogelijkheden om vragen te stellen en in interactie te gaan met de spreker.
07. Je eetgewoontes onder de loep met behulp van een eetdagboek.
Spreker: U.R. Harkema, diëtist, Diëtistenpraktijk Harkema & Krabshuis in Vleuten/ Breukelen en omgeving
Niveau: Basis
Omschrijving:
Eigenlijk is eten een heel simpele handeling: het is immers je eigen hand die het eten in je mond stopt. Hoe komt het dan toch dat het voor veel mensen zo lastig is deze handeling, het eten, te beheersen of te veranderen? Weet jezelf nog precies wat je gisteren hebt gegeten en gedronken?
Eten is een gewoonte geworden en de dingen die je ‘gewoon’ doet zijn vaak niet bewuste handelingen. Dat hoeft ook niet, je zou gek worden als je veel dagelijkse dingen super bewust zou doen. Maar…. Als je inzicht wilt hebben in je eetgewoontes is het wel nodig je bewust te zijn van deze gewoontes. Een eetdagboek is een goed hulpmiddel hierbij.
Wat kun je vervolgens als hulpverlener met dit eetdagboek? Daarmee gaan we aan de slag tijdens de workshop.
08. eHealth: hoe kun jij informatie en communicatie technologieën inzetten voor een betere kwaliteit van jouw zorg?
Spreker: C.C. de Jong MSc, bestuurslid Nederlandse Vereniging voor eHealth (NVEH)
Niveau: Basis+
Omschrijving:
Ben jij op de hoogte van de mogelijkheden van het verbeteren van de 1e lijns zorg door het inzetten van andere verbindingen? Heb je een idee hoe dit jouw eigen praktijk zou kunnen verbeteren?
In deze workshop krijg je een overzicht over relevante voorbeelden voor COPD-, diabetes-, ouderen- en CVRM-zorg in de 1e lijn. Ze hebben allemaal te maken met empowerment van de professionals en de patiënten, en met kwaliteit van zorg.
Vervolgens leggen we de verbinding met jouw praktijk. Waar zou je morgen mee aan de slag kunnen?
09. Moreel beraad: wat is dat?
Spreker: Drs. Theo A.R. de Zwart, MA (Medisch Ethicus/ Docent Medische Ethiek & Recht), Ziekenhuis Rijnstate, Arnhem
Niveau: Basis
Omschrijving:
Een belangrijk middel om medewerkers in de zorg te helpen systematische reflectie op gegeven zorg toe te passen, is het zogenaamde Moreel Beraad. Moreel Beraad is het spreken, binnen een multidisciplinaire setting, over goede zorg op een methodische manier aan de hand van een concrete casus; de dilemma’s van de praktijk van alle dag versus de eigen normen en waarden van operatieassistenten, artsen en medisch specialisten over wat zij verstaan onder goede zorg. Daarbij zijn twee zaken van belang. Ten eerste: de verheldering van de vraag wat de casus tot een moreel dilemma maakt. Ten tweede: zoveel mogelijk alle betrokkenen de gelegenheid geven om zich over de ingebrachte casus uit te spreken. Dat vraagt tijd, maar ieders inbreng is van belang. Het houden van Moreel Beraden kan leiden tot een verandering die de professionaliteit van alle zorgverleners ten goede komt.
10. Ondervoeding bij ouderen: ook dan kan eten "a piece of cake" zijn!
Spreker: Mw. Dirry Gemmink, diëtist
Niveau: Basis+
Omschrijving:
Aan ouder worden ontkomt niemand!
Vanwege een veelal verminderde eetlust of dorstgevoel, kauw- en slikproblemen vraagt een dagje ouder worden qua voedingsinname echter om extra aandacht. Dit om ongewenst gewichtsverlies of ondervoeding met als gevolg verlies aan spiermassa, een verminderde weerstand en hierdoor kans op vroegtijdig overlijden te voorkomen.
In een interactieve workshop zal aan de hand van stellingen behalve verdiepende informatie over voeding bij ouderen vooral praktische voedingsadviezen, handige (bereiding)tips en keuzes voor geschikte producten gegeven worden .
Want het behalen van een volwaardige én smaakvolle voeding met de juiste "bouwstenen" c.q. voedingsstoffen om een dreigende ondervoeding te voorkomen kan letterlijk " a piece of cake" zijn.
Nieuwsgierig geworden? Kom dan naar de workshop om het na afloop te zien, te proeven en zelf te ervaren dat het naar meer smaakt!!
11. Vitamine D, een zonnig hormoon
Spreker: Dr. A. van de Wiel, internist, Meander MC Amersfoort
Niveau: Gevorderde
Omschrijving:
De tijden van levertraan en "R" in de maand keren terug. Vitamine D blijkt niet alleen essentrieel voor de botten, maar speelt ook een belangrijke rol bij vele andere processen in het lichaam. Deze komen aan bod in deze presentatie, evenals doseringsschema's en patiëntengroepen, die baat kunnen hebben van extra vitamine D. Derhalve een sessie niet alleen voor geïnteresseerden in osteoporose, maar voor het hele medische veld van jong tot oud.
12. OSAS en CO-morbiditeit
Spreker: J. van der Zeijden, longarts, St. Antoniusziekenhuis Utrecht
Niveau: Basis+
Omschrijving:
OSAS is een veel voorkomende ziekte ,helaas is de onderdiagnose nog groot dat maakt dat patiënten vaak 5-8 jaar met onbestemde klachten rondlopen voor de diagnose OSAS wordt gesteld.
De diagnose OSAS wordt gesteld aan de hand van de klachten van een patiënt in combinatie met de hypoapnoe / apnoe-index bij de slaapregistratie. ( PG: polygrafie/PSG:polysomnografie). De symptomatologie wordt besproken , definities van obstructieve apneu/hypoapneu ,mixed en centrale apneu’s komen aan bod met de hieraan gerelateerde (co)morbiditeit.
Met U worden de verschillende behandelopties besproken, zoals: conservatief beleid, nachtelijke mondprothese, CPAP en eventuele chirurgische opties om de ademstops te verminderen (OSAS richtlijn 2009 CBO) het liefst te voorkomen. De keuze van de behandelopties hangt o.a. af van de ernst van het ziektebeeld te weten licht/matig of ernstig OSAS. Voor welke behandeling wordt gekozen om de ademstops te voorkomen wordt samen met de patiënt bepaald hierbij is het zeer essentieel om de patiënt te overtuigen dat zeker bij matig tot ernstig OSAS de ademstops in veel gevallen tot co-morbiditeit kunnen lijden.
Co-morbiditeit
Bij deze patiëntengroep bestaat een grote kans op co-morbiditeit zoals een sterk verhoogd risico op hart- en vaatziekten, hypertensie, hypercholesterolaemie, diabetes, adipositas, deconditionering en libidoverlies. Ook worden symptomen van OSAS soms aangezien voor een burn-out of depressie. Op het moment van de diagnose is veelal sprake van een neerwaartse spiraal vaak ook samenhangend met deze co-morbiditeit.
Bij deze patiënten groep is het zeer belangrijk om ook de bovengenoemde "co-morbiditeit" in kaart te brengen en zo nodig te behandelen in nauwe samenwerking met de eerste lijn : de pilot Co-morbiditeit integrale zorg OSAS waar ik aan meewerk wordt kort besproken belangrijkste boodschap hiervan is:
De co-morbiditeit en de daarmee samenhangende therapeutische opties (volgens NHG-standaard) kunnen meestal in de eerste lijn worden uitgevoerd : We streven naar de beste zorg zo dicht mogelijk in de buurt bij de patiënt.
Checklist co-morbiditeit integrale zorg OSAS:
Beweegnorm:
Lichaamslengte, -gewicht, BMI:
Bekend met hart- en vaatziekten?
Bekend met cardio-vasculair risico?
Bekend met suikerziekte?
Depressie, burn-out, overspannenheid:
Problemen met seksuele beleving?
Normen voor bewegen
• Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB): 30 minuten per dag tenminste matig inspannende activiteiten op tenminste vijf dagen van de week.
• Fitnorm: minstens 3 maal per week 20 minuten inspannende lichaamsbeweging.
• Combinorm: voldoet aan NNGB en/of Fitnorm
Follow-up
OSAS wordt beschouwd als een chronische aandoening, maar patiënten hoeven niet als “patiënt” door het leven te gaan. Bij tijdige diagnose en juiste behandeling is het mogelijk zonder enige beperking te functioneren. Wel zal follow up moeten plaatsvinden over hoe vaak en waar kunnen we tijdens de sessie bespreken.
Literatuur :
OSASrichtlijn 2009 te vinden op http://www.apneuvereniging.nl/diagnose/osas-richtlijn.html
CPAP and measures of cardiovascular risk in males with OSAS M. Kohler e.a. EurRespir J 2008
Apneu magazine special januari 2010 : Dossier Co-morbiditeit : Het verband tussen apneu, obesitas, diabetes, hart- en vaatziekte en libidoproblemen. ( papieren kopie is in mijn bezit)
Klik hier voor een speciale uitgave van Apneu Magazine voor nieuwe patiënten
14. Hypertensie en bloeddrukregulatie bij ouderen
Spreker: Dr. G.J. Blauw, internist-ouderengeneeskunde, Behandeladviescentrum Ouderengeneeskunde, ziekenhuis Bronovo, Den Haag. Deeltijdaanstelling: afdeling Ouderengeneeskunde, LUMC.
Niveau: Gevorderde
Omschrijving:
Ruim 40 jaar na de eerste randomized controlled trial (RCT) is er nog steeds discussie over de behandeling van hypertensie bij de oudere patiënt, terwijl het juist deze populatie is waar de prevalentie van hypertensie het hoogst is.(1) Aan de ene kant van het spectrum wordt wat betreft de bloeddruk het adagium “the lower the better” aangehangen, terwijl aan de andere kant studies worden geïnitieerd om te onderzoeken of het stoppen van anti-hypertensieve therapie leidt tot een verbetering van het functioneren van de oudere patiënt.(2,3) In deze discussie spelen ogenschijnlijk discrepante gegevens uit RCTs en observationele studies een belangrijke rol.(4-6) Zo blijkt uit de trials dat ook op hoge leeftijd met anti-hypertensieve therapie cardiovasculaire events kunnen worden voorkomen, terwijl observationele populatie studies aantonen dat een hoge bloeddruk is geassocieerd met een verminderd sterfte risico op hoge leeftijd.
In de presentatie zal een overzicht en een interpretatie van deze studies worden gegeven met als conclusie dat ook op hoge leeftijd anti-hypertensieve therapie zinvol is, mits een matige bloeddruk daling wordt nagestreefd en waarbij bijwerkingen in de vorm van o.a. orthostase, nierfunctieverlies en cognitieve stoornissen goed gemonitord moeten worden.(7)
Referenties:
1. Arch Intern Med. 1997;157:2413-46.
2. Lancet 2002;360:1903-13.
3. http://www.zonmw.nl/nl/onderwerpen/alle-programma-s/priority-medicines.
4. N Engl J Med. 2008;358:1887-98.
5. J Hypertens. 2006;24:287-92.
6. Br Med J. 1988;296; 887.
7. J Hypertens. 2010;28:1366-72.
15. Kwetsbare ouderen op de korrel; van screening naar een zorg-behandelplan.
Spreker: R.M.J. Warnier M-ANP, verpleegkundig specialist ouderenzorg, AZM en Regionale Huisartsen Zorg Maastricht. Coach POH project [G]oud Maastricht Heuvelland
Niveau: Basis
Omschrijving:
Binnen deze workshop staat naast het screenen van ouderen in een mogelijk kwetsbare positie ook de followup en het zorg-behandelplan centraal. Na het systematisch in kaart brengen van de zorgbehoefte van de oudere patiënt met bijvoorbeeld het TraZAG-instrument , moet natuurlijk iets gebeuren met deze gegevens. We meten immers niet om louter en alleen te meten, maar willen iets met deze data.
Na het volgen van deze workshop kan de POH aan de hand van een anamnese en screening een begin maken met het zorgplan en bespreekt dit met de huisarts.
16. Onbewaakte overgang! Ken het vrouwenhart
Spreker: Dr. Harriette F. Verwey, cardioloog, LUMC Leiden
Niveau: Basis+
Omschrijving:
Deze parallelsessie in 2011 gemist? In 2012 wordt deze herhaald!
Hart- en vaatziekten (HVZ) zijn doodsoorzaak nummer 1 bij vrouwen. Er is gebrek aan kennis en bewustwording bij professionals en bij de vrouwen. Verbeterde diagnostiek in combinatie met cardiovasculaire risico preventie en behandeling hebben in tegenstelling tot de mannen bij vrouwen een minder grote reductie van sterfte aan HVZ teweeg gebracht.
De oorzaken zijn onvoldoende kennis over uitingen van HVZ bij vrouwen, onvoldoende kennis van de invloed van traditionele- en vrouwspecifieke risicofactoren op het gedrag van HVZ bij vrouwen.
Wist u dat dagelijks 57 vrouwen aan HVZ sterven tegen 9 aan borstkanker?
Wist u dat vrouwen andere klachten presentatie van HVZ kunnen hebben?
Wist dat een hartinfarct bij een vrouw op iedere leeftijd een slechtere prognose heeft dan bij mannen?
Wist u dat al vroeg na de menopauze vrouwen een hogere kans op het ontwikkelen van hoge bloeddruk, suikerziekte, overgewicht en een afwijkend lipiden spectrum hebben?
Wist u dat een vrouw met DM een 4x hogere kans heeft op het ontwikkelen van HVZ in tegenstelling tot mannen die 2x hogere kans hebben?
Wist u dat vrouwen met zwangerschapsdiabetes een 7-12 keer hogere kans hebben op het ontwikkelen van DM type 2 en dus hogere kans op HVZ hebben?
Hetzelfde geldt voor vrouwen met HELPP syndroom en zwangerschapshypertensie
Wist u dat vrouwen met een vroege overgang, dus jonger dan 40 jaar, een hogere kans hebben op HVZ
Wist u dat vroegtijdige opsporing en behandeling van risicofactoren en tijdig herkennen van klachten vrouwenlevens kan redden?
Bewaak het vrouwen hart!
20. Vitale Vaten: Praktijkverpleegkundige en huisarts: een duet voor optimale zorg
Spreker: Carel Bakx, huisarts en Irma Muis, praktijkverpleegkundige, Huisartsenpraktijk de Linie Doesburg
Niveau:
Omschrijving:
Zorg voor patiënten met een verhoogd cardiovasculair risico is levensloopgeneeskunde. De gemiddelde leeftijd van mensen met een verhoogd cardiovasculair risico ligt boven de 60 jaar. Deze mensen hebben meer dan alleen een verhoogd cardiovasculair risico. Na deze workshop beschikt u over kennis met betrekking tot CVRM in relatie tot andere aandoeningen. U kunt als PVK deze kennis toepassen in de samenwerking met uw huisarts.
Interactieve workshop.
Korte informatieve presentatie door de workshopleiders.
Aan de hand van enkele vragen wordt de discussie gevoerd in kleine groepjes. Na elke vraag wordt de discussie afgesloten met achtergrondinformatie over het onderwerp.